Reisverslag chronologisch overzicht
August 26th, 2010 by ImreDeel 1: Groningen - Denemarken - Noorwegen
Deel 2: Noorwegen
Deel 3: Zweden en terugreis
Klik hier voor een overzicht van de route die we hebben gereden
Links openen in een nieuw scherm
Deel 1: Groningen - Denemarken - Noorwegen
Deel 2: Noorwegen
Deel 3: Zweden en terugreis
Klik hier voor een overzicht van de route die we hebben gereden
Links openen in een nieuw scherm
8. Dinsdag 3 augustus Årjäng – Jönköping
Ondanks de matige staat van het huisje hebben we heerlijk geslapen. Typisch trouwens, we hebben de goedkoopste stugas van de camping en zitten daarom weer tussen de Nederlanders. We staan vroeg op om in alle rust uitgebreid te kunnen douchen. Het sanitair is super luxe vergeleken met dat van de andere campings waar we hebben gestaan. Ruim, heel erg schoon (zelfs voordat de schoonmakers er waren, die kwamen binnen toen we onder de douche stonden) en met vloerverwarming. En met een flinke straal heet water. Helemaal top! Daarna weer in bed gedoken om nog wat bij te slapen, omdat we geen tentje hoeven af te breken nemen we iets meer tijd. Ook vandaag hebben we niet echt een plan wat betreft waar we willen slapen. We rijden via Åmål naar Borås en gaan onderweg naar een natuurreservaat met een jachtmuseum. We hadden verwacht allemaal opgezette beesten te zien, met bloederige beelden en trotse jagers. Het was echter vooral een educatief museum over het gedrag, de leefomgeving en lichamelijke kenmerken van de eland. Wat ze eten, waar ze zich het liefst bevinden en hoe je ze het beste kan opsporen. Op de begane grond zijn 28 interactieve elementen, waar je vanalles kan uitproberen. Soms door oren op je hoofd te zetten, een andere keer door iets te voelen of te ruiken of met een computer dingen aan te wijzen. Boven gaat het meer over het jagen zelf. Lammert probeert uiteraard het geweer en schiet meteen de eerste keer in de roos. We zijn te gaar voor een lange wandeling, en houden het na het bezoek aan het museum bij een ijsje voor we verder rijden. Onderweg spotten we een wilde eland, die aan de bosrand staat te grazen. Bij Borås twijfelen we nog even over een bezoekje aan de dierentuin, maar het is al vier uur en ik heb enorme blaren op mijn hakken. We nemen alleen het foldertje mee en gaan boodschappen doen. We zijn een uurtje later in Jönköping en zoeken de camping op waar we vorig jaar ook een nacht zijn geweest: Lovsjöbadens camping, zo’n dertien kilometer onder de stad. Er is plek en we besluiten meteen om een aantal dagen te blijven, zodat we de omgeving goed kunnen verkennen. Het is prachtig weer, dus we kunnen eindelijk een flinke lap vlees op de barbecue leggen. Dat is in Noorwegen niet gelukt vanwege de regen. Jammie!

Tentje op Lovsjöbadens camping

Uitzicht vanuit de tent op het meer
9. Woensdag 4 augustus Jönköping
Natuurlijk zijn we weer vroeg wakker, maar we hoeven niet in te pakken en af te breken, dus we blijven nog even liggen. Na het ontbijt rijden we naar Jönköping om MyggA te kopen en naar de tourist info te gaan. Daar hebben ze gratis internet, dus check ik even heel snel mijn mail, terwijl Lammert buiten staat te roken. Bij de TI vinden we eindelijk ook een witte rendiersticker voor op de auto. We twijfelen nog even over een spaarvarken in de kleuren van de Zweedse vlag, maar laten ‘em toch staan. We besluiten naar Gränna te rijden, een dorpje 30km boven Jönköping, vanaf waar de boot naar Visingsö gaat, het eiland in het enorme meer waar Jönköping en Gränna aan liggen. We nemen de E4 naar het noorden en draaien even voor Gränna de snelweg af, omdat er iets toeristisch te doen is volgens de bordjes. Het blijkt een polkagrisfabriek te zijn. In 1859 bedacht een jonge weduwe uit Gränna een recept om zuurstokken te maken en kreeg toestemming van de overheid om deze te gaan produceren en zo haar gezin te kunnen onderhouden. De traditionele polkagris is rood met wit en smaakt naar pepermunt en natuurlijk een berg suiker. Het recept bleef tot haar dood geheim. Tegenwoordig heb je polkagrisar in allerlei (vreemde) smaken en kan je overal in het stadje bij fabriekjes zien hoe ze gemaakt worden. En natuurlijk polkagrisar en snoepjes kopen. We nemen er zes (voor de prijs van vijf) mee in de meest bizarre smaken: whisky, piratensmaak, tequila (met een beetje zout en citroen), vampiersmaak (met bloedsinaasappel en drop), rabarbersmaak en uiteraard de originele met pepermunt.

Polkagris
In Gränna is het enorm druk en zijn de winkels bomvol. Niet alleen met toeristische meuk, maar ook met de toeristen zelf. Als mijn oog weer valt op het spaarvarken in Zweedse kleuren, en hij goedkoper is dan bij de tourist info, besluiten we om hem dit keer wel mee te nemen. We kunnen met een briefje van tien euro betalen, en krijgen het restant in Zweedse kronen terug. Omdat het zo druk is gaan we niet naar het eiland. In plaats daarvan kopen we in de supermarkt een broodje en wat te drinken en slenteren op ons gemak terug naar de auto. Onderweg naar Jönköping zie ik een eland liggen slapen naast een rij plastic hooibalen. In de stad haalt Lammert een stuk vers gerookte zalm met honing in de haven, dat hij aan het water opeet. Daarna rijden we terug naar de camping en doen we een tukkie. We doen die avond een flinke was en spannen een lijntje van de tent naar een boom om de boel aan op te hangen. Helaas wordt het later op de avond wat vochtig, waardoor we het toch binnen in de tent moeten laten drogen. We eten een flinke fruitsalade en vechten met de wespen die op de zoetigheid afkomen. Muggen zijn er gelukkig niet zo veel dit jaar, maar wespen zijn ook niet echt welkome gasten.

Het is een stuk drukker geworden op de camping, vooral op het veldje waar de tenten staan. Als iets verderop een Frans busje stopt en er zeven kinderen uitrollen die allemaal hun eigen opgooitentje bij zich hebben, staan we vol verbazing te kijken. Kamp Quechua. Uiteraard staat de (veel te dikke) vader (met grote snor en vettig lang haar) er alleen een beetje bij te kijken en laat zich af en toe gelden door een beetje te commanderen. TV heb je hier niet nodig vanavond, dit is veel leuker om te zien!
10. Donderdag 5 augustus Jönköping
We slapen vandaag uit! En na een ontbijtje stappen we in de auto voor een ritje naar Tranås. We rijden via Eksjö naar Aneby. Daar schijnt de hoogste waterval van de provincie te zijn en we zijn benieuwd of we hem kunnen vinden. Dat blijkt niet zo moeilijk, het is dé trekpleister van Aneby. We parkeren bij een midgetgolfbaan en steken de weg over om de waterval van dichtbij te bekijken. Na de indrukwekkende waterpartijen die we in Noorwegen hebben gezien is het natuurlijk niet zo enorm spectaculair, maar zeker de moeite waard. Vooral ook omdat er een houten trap helemaal naar beneden gaat, waarna je met een bruggetje het water over kan en aan de andere kant weer met een trap omhoog. Vlak voor de brug is een uitbouw met bankjes. Weer boven blijkt er een heel strategisch gepositioneerd cafeetje te zijn, uiteraard met uitzicht op de waterval.

Waterval bij Aneby

We eten een broodje, drinken een kopje thee en genieten van het mooie weer en het prachtige uitzicht. Dat er naast ons alweer een groepje Hollanders zit proberen we te negeren. Tranås is allesbehalve spannend, we stappen niet eens uit de auto. Ik zoek een binnendoorroute uit die ons terug brengt naar Jönköping. We rijden door glooiend open landschap dat ineens heel vlak lijkt vergeleken met de bergen die we hebben gezien. Als we een tak op de weg willen vermijden begint de bewuste tak ineens heel hard te kronkelen en rijden we er vol overheen! Een slang! Ieks! We stoppen niet om te zien of hij nog leeft, maar zitten bibberend in de auto. Ik ben natuurlijk goed aan het opletten of er nog ergens een eland te zien is, maar helaas. Wel zien we twee enorme vogels, die nog het meest lijken op zwart/grijze ooievaars. Kraanvogels dus. Weer in Jönköping gaan we naar het Tändstickmuseet (lucifermuseum). De luciferfabriek heeft de stad op de industriële wereldkaart gezet en was de grootste werkgever. Helaas is het niet echt een boeiend museum en staan we vrij snel weer buiten. Geen aanrader dus, het is vooral plaatjes kijken en infobordjes lezen. Beetje jammer. We eten iets bij de snackdonalds en rijden terug naar de camping om wat te relaxen. Van de campingeigenaar horen we dat de zwarte slang die we hebben geplet een niet-giftig exemplaar was. De Zweden noemen ‘em ‘snok’ (volledige naam Hasselsnok (Coronella austeriaca). Op de heuvel achter de camping groeien talloze bosbessenstruikjes. Gewapend met boterhamzakjes hebben we binnen een half uur een flinke oogst. Lekker voor het ontbijt!
11. Vrijdag 6 augutsus Jönköping – Knutstorp
Het is intussen nog veel drukker geworden op de camping en we besluiten dat het helaas tijd is om te gaan. We willen nog een paar dagen in het zuiden blijven voor we weer naar huis vertrekken. We pakken met gemengde gevoelens onze spullen in en rekenen af bij de receptie. Lammert wil graag naar het autoracemuseum in Anderstorp, dus dat is onze eerste stop van de dag. In Zweden hebben ze de logica van openingstijden nog niet helemaal uitgevonden; het museum is gesloten op vrijdag, zaterdag en zondag. Beetje jammer. We rijden dus nog even door. De E4 richting Helsingborg komt vlak langs het meer Bolmen, met daarin het eiland Bolmsö. Op dat eiland wonen Annemieke en Leo, Nederlanders met IJslandse paarden die zeven jaar geleden naar Zweden zijn verhuisd. Ik heb weleens met Annemieke gemaild en we besluiten om eens te gaan kijken waar ze wonen. Na even rondtoeren op het eiland vragen we aan de campingbeheerder of hij weet waar ze wonen. Met een inwonertal van slechts 300 mensen vallen Nederlanders natuurlijk wel op en hij legt ons uit waar we moeten zijn. We parkeren de auto op het erf naast een andere auto met gele platen en lopen een rondje. Er lijkt niemand te zijn, maar net op het moment dat we weer in willen stappen komen er mensen om de boerderij heen gelopen. Ze zijn er toch! En Annemieke weet nog wie ik ben. We eindigen buiten aan de tafel met een sapje en praten over paarden, emigreren en leven in Zweden. Als we weer in de auto zitten zijn we nog enthousiaster over wonen in dit land.
We rijden naar Ekeby en plunderen daar de tourist info en de supermarkt. We zoeken tevergeefs naar een camping en toeren daarbij door de omgeving. Uiteindelijk besluiten we om door te rijden naar Helsingborg en daar een camping te zoeken. Op een trekkerscamping langs de snelweg, waar je maximaal een nacht mag blijven, is nog wel plek. Het ziet er echter zo troosteloos uit dat we hier niet willen blijven. De camping in Helsingborg zit vol. Ze hebben alleen nog een camperplek voor ons, maar dan wel tegen het campertarief. We gaan geen 35 euro per nacht betalen voor een camping, dat is ruim twee keer zoveel als de normale prijs voor een tentje! We gooien het plan om nog twee dagen te blijven overboord en rijden terug naar het bos bij Knutstorp. We gaan wildkamperen! We gaan eerst naar de supermarkt om ons laatste Zweedse geld op te maken en boodschappen voor die avond en de terugweg te kopen. Ik geef 200 kronen uit aan Zweedse films die Engels ondertiteld zijn, zodat we thuis een beetje bekend kunnen raken met de taal. Daarna rijden we terug richting het bos. Het duurt even voor we een geschikte plek hebben gevonden. Wildkamperen is toegestaan, maar niet in de nabije omgeving van een huis, niet op een akker en ook niet in een natuurreservaat. En laat nou net overal waar we komen een reservaatbordje staan. Het is een uur of acht als we een houtvestersweggetje in draaien. Het is geen reservaat, niet in de nabijheid van een huis en we verwachten niet dat er op vrijdagavond nog bomen gerooid zullen worden. Voor de zekerheid lopen we de weg nog een eind af, maar het is echt verlaten. De grote tent opzetten is veel gedoe en onnodig. We slapen dus in de opgooitent, die past makkelijk op een open plek.

Opgooitentje in het bos
Gelukkig is het goed weer, het tentje lijkt niet erg waterdicht. Spannend hoor, wildkamperen. Het voelt toch een beetje als iets dat niet mag, alsof we het stiekem doen, en schrikken van ieder geluid. Een auto, een hond in de verte, vogels en Lammert hoort ’s nachts een beest aan de tent snuffelen. We lezen wat en gaan vroeg slapen.
12. Zaterdag 7 augustus Knutstorp SE – Groningen
Dit keer zijn we wel heel vroeg wakker. Lammert heeft geen oog dichtgedaan en is moe, maar we besluiten toch op te staan en zo snel mogelijk de boot naar Denemarken te pakken. Het is half 7 als we alles hebben ingepakt en weer in de auto zitten. Het is nog erg rustig op de weg en ook bij de boot zijn nergens rijen. Om 7.10 varen we naar de overkant. De reis terug naar huis is erg lang. We staan in Duitsland veel in de file. Eerst voor Lubeck, wat bijna een uur vertraging oplevert, daarna moeten we langs de 72km wegwerkzaamheden tussen Hamburg en Bremen. Wat een drama. Het is druk, we zijn moe en het is warm. Steeds zitten we vast in langzaam rijdend verkeer, om daarna weer een stukje 100 te kunnen rijden. Het gaat uren zo door. De parkeerplaatsen zijn overvol, iedereen wil even zijn benen strekken en wat drinken voor ze weer de ellende in duiken. Vlak voor Oldenburg is Lammert te moe om verder te rijden en neem ik voor het eerst in de vakantie het stuur over. Gelukkig hebben we verder geen problemen. Om half 5 zijn we terug in Groningen. Doodop. We gaan eerst douchen en vallen dan in slaap. Gelukkig hebben we beide nog ruim een week vrij om bij te komen van de vakantie!
5. Zaterdag 31 juli Odda
Vandaag geen tentje afbreken, heerlijk! We kijken of we kunnen ontdekken hoe we bij de Trolltunga (Tortuga!) kunnen komen, maar dat is een lange en vooral pittige hike. Die slaan we over en gaan shoppen in het bruisende Odda, dat wel twee hele winkelstraten heeft! Vriendje heeft namelijk geen waterdichte jas en die is onmisbaar in het regenachtige Noorwegen. Gelukkig is het uitverkoop en is hij snel voorzien. We kopen lunch, snelle energietjes en drinken en gaan op weg naar de gletsjer waar we onder slapen: Folgefonna. Het is de op twee na grootste en meest zuidelijke gletsjer van het land. Bij het plaatsje Buer kan je de berg op. Dat laten we ons geen twee keer zeggen! De route er naartoe gaat over een smal weggetje langs een riviertje dat rechtstreeks van de gletsjer komt. Het water is wild, wit en ijskoud. We parkeren de auto tussen een boel anderen, op 220 meter hoogte. Volgens het meisje bij de tourist info is het vanaf daar ongeveer anderhalf uur klimmen naar het eindpunt van de route. Dat kunnen we best. Het is een prachtige tocht over rotsblokken, langs de rivier waar we met de auto ook langs reden. We moeten ‘em regelmatig oversteken. Soms over stapstenen of een stalen bruggetje en als laatste over houten balken met pallets erover. Het water slaat er overheen. Spannend! Gelukkig is er een touw om je aan vast te houden, maar je krijgt er wel natte voeten van.

Geen brug, maar twee lange palen met pallets erop en een touw om je aan vast te houden. Natte voeten gegarandeerd.

Hier moeten we erover
De route wordt steeds steiler en je moet jezelf met een touw de rotsen op zien te krijgen. Met mijn slechte knie was omhoog niet zo’n probleem, maar ik zag als een berg (hehe) op tegen de terugweg. Toen het harder begon te regenen en het nog steiler werd ben ik gestopt. Vriendje is doorgeklommen tot het einde en ik heb in de ijskoude regen op hem staan wachten, samen met een Vlaamse dame die last had van hoogtevrees. We zaten op ongeveer 550 meter, vriendje is zeker nog 150 meter hoger geweest. Stiekem was ik wel heel blij toen hij weer heelhuids naast me stond en we samen de rest van de afdaling konden doen.

Nog blij na ruim een uur klimmen, ik haak hier af
Helaas voor Lammert kan je dit jaar zonder gids niet bij het ijs komen, maar de foto’s zijn spectaculair.

Het is een heel eind naar beneden!

Helemaal boven!

Veel ijs
Op de terugweg bouwen we een trollenpiramide voor een veilige reis.


Terug in de tent doen we een poging om onze zeiknatte bergschoenen te drogen en doen we, behalve eten en een boek lezen, helemaal niets meer.
6. Zondag 1 augustus Odda – Nesbyen
Het plan is om richting Geilo te rijden en dan wel zien waar we slapen. Eerst maken we een uitstapje naar Skjeggedal, vlakbij Odda, maar dat blijkt niet zo spannend. Het is het vertrekpunt naar Trolltunga en iets verderop ligt een grote stuwdam. Terug naar de hoofdweg dus en op weg naar het noorden. We hebben tientallen kilometers langs het fjord gereden, met om de 150 meter stalletjes die heerlijke Hardanger kersen verkopen en langs talloze kersenboomgaarden. Zodra we van het water weg zijn gaat het rap omhoog. Twee kilometerslange tunnels met een helling van 8% in spiraalvorm, niet zo leuk. Meteen aan het einde is wel de perfecte gelegenheid om even bij te komen: de Vøringfossen, watervallen die 180 meter naar beneden storten. Ik heb van achter een hek foto’s gemaakt, maar daarna naar de andere kant van de parkeerplaats gelopen om het spektakel van dichterbij te kunnen zien. Daar was geen hek, dus echt dicht bij het randje durfde ik niet te komen. Helemaal niet nadat we een gedenksteen met foto’s en bloemen zagen voor een man die een jaar geleden over het randje was gekieperd. Brrr. Nog even toeristische meuk bekeken, maar niets gekocht.

180m de diepte in
De weg gaat verder omhoog, de bomen worden schaarser en verdwijnen uiteindelijk helemaal en hier en daar lopen schapen langs de weg te grazen. We zijn op de hoogvlakte, de Hardangervidda. We rijden een hele tijd op 1300 meter en zien vanuit de auto ook de Hardangerjøkulen gletsjer.

1300 meter hoog groeit er bijna niets meer

Gletsjer, 15km verderop
In Geilo scoor ik een foldertje van een natuurpark bij Nesbyen, waar ze onder andere wolven hebben. Daar moet ik naartoe! We zoeken dus een camping in de buurt. Het is geen ideale locatie, maar voor één nacht voldoet het prima. Door de flinke hoogteverschillen van die dag voel ik me niet zo lekker. Net als we de tent uitpakken begint het te stortregenen en te waaien en zijn we uiteindelijk weer doorweekt als alles overeind staat.


Tentje in Nesbyen
Die nacht breng ik grotendeels door in het toiletgebouw, met muggen en spinnen als gezelschap, en hou ik mijn eten niet binnen.
7. Maandag 2 augustus Nesbyen – Arjäng SE
Omdat ik zo ziek was en weinig heb geslapen blijven we wat langer liggen. Om 10 uur is alles ingepakt en gaan we op pad naar natuurpark Langedrag, een educatief centrum met kinderboerderij, fjordenpaarden waar je op kan rijden en natuurlijk inheemse (roof)diersoorten. We rijden weer omhoog, naar de rand van de Hardangervidda. Het park ligt op 1000m hoogte en het uitzicht is wederom prachtig.

We komen voornamelijk voor de wolven, maar gaan natuurlijk ook langs de lynxen, rendieren en de poolvos.

Jonge zwijntjes

Poolvos in zomerkleuren

Imre en de wolf
De drie gedomesticeerde wolven laten zich uitgebreid op de foto zetten. Het groepje wilde wolven dat in een ander verblijf zit is een stuk schuwer. Pas een uur later, als we er voor de tweede keer langs lopen, kunnen we ze goed zien. Tijdens de lunsj is het oppassen voor de geiten die gezellig op de tafels klimmen en een hapje mee-eten. Wij blijven daarom lekker binnen zitten. De wilde dieren worden op vaste tijden gevoerd, waarbij het aanwezige publiek uitleg krijgt over de betreffende soort. Daar blijven we niet voor, we willen nog een flink eind rijden.

Bergschaap op de weg
Vanuit het park rijden we naar het zuiden. Eigenlijk willen we Zweden nog halen vandaag, maar als dat niet lukt is het ook prima. We kiezen in ieder geval de kortste route (de 40) en die gaat bij Kongsberg ineens heel hard omlaag, met hele scherpe haarspeldbochten. Later blijkt ook dat de bordjes met vallende stenen niet overbodig zijn. Er ligt een flink rotsblok midden op de weg, met allemaal kleiner puin er omheen. Gelukkig waren er al hulpdiensten om het op te ruimen en was er zo te zien niemand geraakt. We rijden via Drammen en gaan onder Oslo door. De route is veel langer dan ie op de kaart lijkt, of zou dat komen doordat we zo moe zijn? Helaas moeten we weer door een flink aantal lange toltunnels. De pittigste is die onder de Oslofjord door. 7,2 kilometer en vol met smog. Jakkes. Zelfs ik vond hem eng! Net als we het autorijden helemaal zat zijn, blijkt de grens dichtbij. We besluiten nog even door te rijden en onszelf te belonen met een kamer in een bed&breakfast of een stuga. Lekker even geen tentje opzetten, matjes uitrollen en in je slaapzak gewikkeld zitten. Na even zoeken vinden we in Årjäng een camping. En wat voor één! Hij is immens groot, uiteraard aan een meer, met een midgetgolfbaan, zwembad, speeltuinen, restaurant, tv-zaal, spelletjeshal en uitgebreid sanitair. Een familiecamping die het hele jaar open is en het barstte er van de kinderen – die overigens drie keer per dag vermaakt worden door een entertainmentteam. We regelen een kleine stuga en hoewel het duidelijk de kleinste, oudste en minste hutjes zijn van de hele camping, zijn wij er maar wat blij mee.
1. Dinsdag 27 juli Groningen NL – Hobro DK
Maandag hebben we al zoveel mogelijk ingepakt en in de auto gestopt. Huis schoongemaakt, briefje voor de kattenoppas geschreven en op tijd gaan slapen. Dinsdagochtend gaat de wekker om 6u en om 7u zitten we in de auto. Het eerste deel van onze reis verloopt prima. Door de wegwerkzaamheden tussen Bremen en Hamburg lopen we iets vertraging op, maar rond half 11 zijn we bij de Elbe-tunnel. Voor mijn claustrofobische vriendje geen fijn ding, maar helaas onvermijdelijk. Tot nu toe worden we tijdens elke vakantie wel een keer aan de kant gezet door de politie of douane. Een langharige Hollander met een wenkbrauwpiercing achter het stuur (geen tatoeages, die heb ik) en een auto die hier en daar met tie-rips bij elkaar wordt gehouden (bumper) en een beste deuk heeft, is natuurlijk enorm verdacht. Toen er een polizei-auto voor ons ging rijden waren we dan ook niet verrast toen het bordje ‘bitte folgen’ ging branden. Natuurlijk hebben we nooit drugs bij ons en die twee flessen wijn achterin zijn ook niet verboden. Toch werd al het papierwerk uitgebreid gecontroleerd, maar alles bleek in orde en uiteindelijk worden we door de heren keurig teruggebracht naar de snelweg.
Het plan is om in Denemarken te overnachten. We hebben tickets voor de boot van Hirtshals naar Kristiansand op woensdag en willen zo ver mogelijk in het noorden slapen, zodat we woensdag rustig aan kunnen doen. Het is Hobro geworden, zo’n 120 kilometer onder Hirtshals. De camping ligt pal achter de Arla-fabriek en leek in eerste instantie niet zo spannend. De onvriendelijke receptioniste was ook geen pluspunt. Het is echter een mooie locatie bovenop een heuvel (fabriek was niet te zien of te horen) en we hebben veel reistips gehad van mede-vakantiegangers. Omdat we maar één nacht zouden blijven hebben we in het opgooitentje geslapen. Minder handig is dat we in geen enkele supermarkt met onze pinpassen kunnen betalen. Geld uit de automaat halen kan wel, maar is niet handig omdat we niet lang in Denemarken blijven. Uiteindelijk vinden we een supermarkt waar het wel kan. Tentje staat snel (weer inpakken was even prutsen), maar is erg krap voor twee matjes.

Kerk in Hobro, Denemarken
2. Woensdag 28 juli Hirtshals DK – Mandal NO
We zijn om half 11 bij de boot, die om 12.15 zou vertrekken. Ruim op tijd dus. Tijdens het wachten wat gewandeld en een boek gelezen en op de boot hetzelfde gedaan. Het is een saaie overtocht en erg druk aan boord. De boot vertrok wat te laat en kwam daardoor ook later aan dan gepland. Het duurde erg lang om het terrein van de haven af te komen, omdat vijf rijstroken uiteindelijk moesten worden samengevoegd tot eentje. Om twintig over vijf waren we eindelijk op weg en te gaar om nog een heel eind te rijden. We zijn richting Stavanger gereden, om de eerste de beste camping buiten Kristiansand te pakken. De route vonden we best spannend met hellingen, krappe bochten en tunnels – slechts een voorproefje van wat we de rest van de vakantie zouden tegenkomen. In Mandal is de camping snel gevonden. Onze nieuwe tent voor het eerst opzetten blijkt nog wel even lastig, maar hij is geweldig! Wat een ruimte!

Nieuwe tent opgezet in Mandal

Alles past er in!
Na het eten een stuk gewandeld. Achter de camping is een wandelroute, die onder andere naar een uitkijkpunt lijdt vanwaar je de hele camping kan zien. Daarna lopen we nog een aantal kilometer door het bos en snuiven we onze eerste Noorse natuur op.

Uitzicht vanaf het uitkijkpunt achter de camping

Wandeling door het bos
3. Donderdag 29 juli Mandal – Stavanger
Zoals gewoonlijk zijn we vroeg wakker (rond 7 uur). Tijd genoeg voor een ontbijtje, zooi opruimen, de tent op ons gemak afbreken en uitchecken. Ons einddoel is Stavanger. We rijden via de snelweg, met veel tunnels. Sommige zijn kilometers lang, gaan omhoog, omlaag of er zitten bochten in. De maximum snelheid van 60 kilometer per uur halen is soms best lastig. Bij Moi zijn we even van de weg af gegaan, maar het bleek er niet zo interessant. Daarom doorgereden naar Flekkefjord waar we boodschappen hebben gedaan en aan het water een broodje hebben gegeten. Onderweg hier en daar gestopt om foto’s te maken van de prachtige omgeving. Als we een eeuwenoude stenen brug tegenkomen, kan ik de verleiding niet weerstaan om in het ijskoude water stappen.

Op weg naar Stavanger


Eeuwenoude stenen brug

Koud!!!! Maar wel lekker.
In Sandness hebben we verwoede pogingen gedaan om de tourist info te vinden. Na drie keer de bordjes opnieuw volgen en uiteindelijk bij een benzinepomp iemand vragen waar het was, lukte het pas. Stapels folders meegenomen en daarna op zoek naar een camping. Er waren drie opties: Sandness, een camping aan het strand of de stadscamping in Stavanger. Sandness was niets, dus doorgereden naar het strand. Dat zag er op zich leuk uit, maar er stond een harde wind die direct vanaf de zee de camping op waaide. Het was grijs en grauw en koud! Gelukkig was er in Stavanger nog plek voor ons. De receptioniste vertelde dat er een eet-festival in de stad was (met Gordon Ramsay!). Tentje opgezet, even rondgehangen en daarna naar het centrum gereden. Langs de haven stonden honderden standjes met eten uit alle delen van de wereld. Het was erg druk, maar gezellig. We hebben ons gewaagd aan een spiesje met kip en eentje met varkensvlees en staan twijfelen over een helikoptervlucht van vijf minuten. Stoer, maar duur en een beetje te spannend met zoveel wind. Watjes zijn we! Terug bij de tent nog wat gegeten, een stuk gewandeld en het plan voor de volgende dag gemaakt. We blijven niet in Stavanger, we willen de natuur in!

Stadscamping in Stavanger
4. Vrijdag 30 juli Stavanger – Odda
Helaas heeft het de hele nacht geregend en is alles buiten zeiknat. We gaan uitgebreid douchen en pakken na het ontbijt de natte tent in. Vanuit het centrum van Stavanger nemen we de boot naar Tau en vanaf daar de provinciale weg (de 13) naar Nesvik. We rijden langs het fjord. Prachtig, maar een erg spannende route, met heel veel hoogteverschil, smalle wegen waar het echt krap wordt als je een camper of auto met caravan tegenkomt, krappe bochten en lage vangrails die ineens ophouden bij een scherpe bocht met een afgrond pal langs de weg. En dat met slecht weer en dus ook slecht zicht. Jakkes. We zijn vaak gestopt om foto’s te maken. Onze eerste ‘echte’ grote waterval moet natuurlijk worden vastgelegd!




Uitzicht onderweg

Hier wil je niet over het randje vallen
Bij Nesvik en later bij Sand moeten we weer een stukje met de boot. Onderweg volgen we de bordjes naar een punt in de rivier waar zalm wordt gevangen. De gekweekte zalmen die zijn ontsnapt en de zieke vissen worden uit het water gehaald, gezonde wilde zalm wordt maximaal 24 uur vastgehouden en mag dan verder trekken. Helaas voor mijn vriendje kan je nergens een gerookt exemplaar kopen. Vanaf Sand nemen we de 520 naar Sauda. De weg is zo mogelijk nog smaller en heftiger dan de 13. Het weer wordt slechter en bovenop de berg rijden we een hele tijd in een wolk, waar het zicht minder is dan 50 meter. Tegenliggers zijn pas op het laatste moment zichtbaar, dus we rijden langzaam. Als je dan op 950 meter hoogte vlak langs een randje rijdt, is dat wel even slikken. Uiteindelijk kwamen we bij een brug waarvan het einde in de mist verdween en die zo smal was dat tegemoetkomende auto’s niet konden passeren. Dat was even teveel van het goede. We hebben de auto even geparkeerd om bij te komen en moed te verzamelen. Net op dat moment scheurde er een Nederlander voorbij, gevolgd door twee Noren, die zo de brug over reed. Er achteraan dus! Met de achterlichten van onze voorganger in zicht voelden we ons een stuk prettiger. Na een stukje hoogvlakte ging het met haarspeldbochten naar beneden.

Slecht zicht en smalle weg op de 520

Krappe bochten, diepe afgronden

Tegenliggers zie je hier niet aankomen
We zijn doorgereden naar Odda, waar de zoektocht naar een camping begon. De eerste hebben we overgeslagen, de tweede was ook niets. In de campinggids (niet van de ANWB) stond nog een rustige camping langs het fjord, maar zonder adres en op onze Noorse campingkaart stond deze niet aangegeven. We zijn op de gok gaan rijden, en met succes! Een kleine camping aan het water, met overal om ons heen watervallen en aan de voet van de gletsjer. Het water van het fjord heeft een bijzondere blauwe kleur vanwege de gletsjer. Hier blijven we twee dagen.

Onze eerste blik op de gletsjer

Blauw water in het fjord bij Odda

Kleurencontrast

Tentje en ik

Uitzicht vanaf de overkant van het water, boven de camping zie je het ijs
Wolves of Langedrag Nature Park in Norway
De route die we hebben gereden tijdens onze vakantie in Noorwegen en Zweden tussen 26 juli en 8 augustus 2010
Zon, hitte, 30+ graden, veel te weinig schaduw, wél gratis water en een relaxte sfeer. En goede muziek. Dat was Rockin’ Park op zonag 27 juni. Helaas een erg strakke programmering, waardoor er geen ruimte was voor spontane acties van de bands. Helaas ook niet voor uitloop. Pearl Jam stond voor anderhalf uur op het programma, maar er was ons een volledige set beloofd. Dat is bij Pearl Jam tenminste twee uur - bij Pearl Jam krijg je namelijk waar voor je geld. Bij Rockin’ Park niet. Na precies 90 minuten spelen moesten de mannen aftaaien. Eddie Vedder was zichtbaar (stond in eerste vak, dus kon hem goed zien) boos dat hij niet mocht doorspelen en de versie van Rocking in the Free World die daarop volgde knalde van frustratie. Jammer Mojo. Erg jammer.

High-tea met Nik in Sneek. Erg lekker, erg veel en vooral ook érg gezellig! Het plan was om een kano te huren in een natuurgebied, maar het zou koud worden. Om het gebrek aan beweging een beetje te compenseren hebben we twee uur door het centrum van Sneek gelopen en allebei een foute zonnebril gescoord. Een geslaagde dag!

Spring in Groningen
Cold, wet and yuck.